De karper

WAAR KOMT DE KARPER VANDAAN :

De oorspronkelijke herkomst van de karper ligt rond de Zwarte Zee, de Kaspische Zee en het Aral Meer. Vooral in de delta's van Donau, Illi en de Oeral komt de karper veel voor. Vandaar heeft de karper zich al dan niet met behulp van de mens verspreid van de delta van de Rijn tot aan de Amoer in Noord China en zijn een oostelijke en een westelijke ondersoort ontstaan. Recent genetisch onderzoek heeft aangetoond dat de boerenkarper een wilde karpersoort is die gerekend kan worden tot de wilde Europese karper. De karper heeft het imago van een vis van stilstaand water maar komt in feite van nature voor in rivieren en rivierdelta's waar hij zich voortplant in overstromingsvlakten. De oudste archeologische resten van de karpers dateren waarschijnlijk uit de twaalfde eeuw. Bij Houten zijn resten van karper gevonden uit materiaal dat op grond van aardewerkdatering uit de elfde of twaalfde eeuw stamt. De eerste historische gegevens zijn wat later; uit 1342. Er is geen zekerheid over de manier waarop wilde karpers het Rijnstroomgebied hebben weten te bereiken. Oorspronkelijk werd gedacht dat de karpers door de Romeinen en later de kloosterlingen ingevoerd zijn. Gezien de lange periode tussen het begin van de romeinse visteelt en de eerste vondsten van karper in de twaalfde eeuw zou het voor de hand liggen dat de boerenkarpers dan sterke gelijkenis zouden vertonen met de kweekkarpers die we nu kennen en niet met wilde karper. Genetische en morfologische eigenschappen weerspreken dat. Het meest waarschijnlijk is dat wilde karper uit de Donau via onbekende weg ergens in de Middeleeuwen het Rijnstroomgebied heeft weten te bereiken en zich via de rivier verder heeft verspreid. Een alternatief is dat de karper al sinds prehistorische tijd als relictpopulatie aanwezig was, maar dat zou dan ondersteund moeten worden met archeologisch materiaal. Gezien de goede conservering van visresten in het Westen van Nederland en het aantal opgravingen dat al is gedaan ligt dat zeker niet voor de hand. Prehistorische aanwezigheid van de meerval, brasem, aal en steur is wel aangetoond. De wilde karpers kwamen tot het begin van de twintigste eeuw veel in de rivieren en het IJsselmeer voor, maar door de massale uitzettingen van gekweekte karpers in de twintigste eeuw trad al snel vermenging met gekweekte karpers op. Tegenwoordig wordt op de grote rivieren geen wildtype karper meer gevangen. Wilde karpers staan op de Europese lijst van bedreigde diersoorten. Het is dus belangrijk dat er duidelijkheid ontstaat over de status en de verspreiding van de Nederlandse wilde karper. Ook in Nederland wordt de boerenkarper waarschijnlijk bedreigd door vermenging met grote hoeveelheden uitgezette karpers.

 

SCHUBKARPER

De schubkarper is de meest algemene van de in ons land voor komende karpersoorten. De schubkarper is volledig geschubd met een donkere snuit. Bovenlip zit iets naar voren om te wroeten in de bodem.

 

SPIEGELKARPER

De spiegelkarper is een vrij zeldzaam soort met schubben die niet overal op het lichaam zitten. De spiegelkarper groeit veel sneller dan de schub- en de boerenkarper.

RIJENKARPER

De rijenkarper is een zeldzame soort en is te herkennen aan een lijn met schubben die van staart tot de kieuwen groeit. Deze lijn bestaat uit schubben met dezelfde grote.

BOERENKARPER

Een boerenkarper lijkt veel op de schubkarper maar is slanker. Deze karper blijft vrij klein in vergelijking tot de andere soorten.

LEDERKARPER / NAAKTKAPRER

De leder- of naaktkarper lijkt veel op een spiegelkarper. Deze karper heeft slechts enkele schubben op de rug en vlak bij de staart, verder geen schubben en een dikke beschermende huid.

GRASKARPER

De graskarper is een smal en langgerekte karper. Deze karper komt oorspronkelijk uit Oost-China en lijkt enigszins op de kopvoorn.

Hoe herken je een schubkarper

Wat eten karpers ..

De karper is een veelvraat, heeft eigenlijk de gehele dag honger en zal dus als hij de kans krijgt de hele tijd door eten. De karper heeft geen maag maar een maag-darm kanaal, de karper heeft daarom geen vol gevoel na het eten en kan dus gewoon door blijven eten. Het teveel gegeten voedsel verlaat de karper weer onverzadigd. De karperlarven leven de eerste tijd van erg kleine, dierlijke en plantaardige organismen. Als de karper wat ouder is gaan ze over op watervlooien, larven van eendagsvliegen en kevers, later vooral muggenlarven. Ook plantaardig wordt gegeten en dan vooral algen. De grotere karpers vergrijpen zich ook aan kleine vissen, maar het hoofdmenu bestaat vooral uit allerlei wormen, slakken, mosselen, bloedzuigers, libellenlarven, dus dat betekend eigenlijk dat alles wat onder het modder leeft door de karper wordt gegeten. De spijsvertering, stofwisseling, is afhankelijk van de watertemperatuur en is het beste als het water een temperatuur heeft van minimaal 20 graden, bij temperaturen van 20 graden en hoger zal de karper bij de juiste voeding het meeste groeien. Per dag heeft een karper maar ongeveer 1 a 2 procent van zijn lichaamsgewicht aan voer nodig, de rest verlaat de karper weer onverzadigd. Het beste voer voor de karper bestaat uit proteïnen, eiwitten, vetten, koolhydraten, ballaststoffen (as), vitamines en mineralen.

Deel dit :

Scroll to Top